kirren betekenis & definitie

kirren - regelmatig werkwoord
uitspraak: kir-ren

1. trillende keelgeluiden maken
♢ de baby lag te kirren in zijn bedje

Regelmatig werkwoord: kir-ren
ik kir
jij/u kirt
hij/zij kirt
wij/zij/jullie kirren
ik/jij/u/hij/zij kirde
wij/zij/jullie kirden
hij heeft gekird
kirrend, kirrende