inzet - zelfstandig naamwoord
uitspraak: in-zet
1. de mate waarin hij zich inspant
♢ deze leerlingen tonen veel inzet
2. waar het om gaat
♢ de inzet van die ruzie was de keuze voor een televisieprogramma
3. wat je op het spel zet en dus kunt verliezen
♢ de inzet is 100 gulden
4. eerste bod bij een veiling
♢ de inzet voor deze prachtige vaas is 200 gulden
Zelfstandig naamwoord: in-zet
de inzet
Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.
Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.