graan - zelfstandig naamwoord
1. vruchtkorrels in korenaren van rogge, tarwe, haver of gerst
♢ het graan op de velden is rijp
1. ergens een graantje van meepikken
[er ook van profiteren]
Zelfstandig naamwoord: graan
het graan
de granen
het graantje
Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.
Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.