gidsen betekenis & definitie

gidsen - regelmatig werkwoord
uitspraak: gid-sen

1. rondleiden of de weg wijzen
wie gidst ons uit deze doolhof vandaan?

Regelmatig werkwoord: gid-sen
ik gids
jij/u gidst
hij/zij gidst
wij/zij/jullie gidsen
ik/jij/u/hij/zij gidste
wij/zij/jullie gidsten
hij heeft gegidst
de/het/een gegidste ....