flauwvallen betekenis & definitie

flauwvallen - onregelmatig werkwoord
uitspraak: flauw-val-len

1. voor korte tijd bewusteloos raken
zij viel flauw toen ze het slechte nieuws hoorde

Onregelmatig werkwoord: flauw-val-len
ik val flauw (... ik flauwval)
jij/u valt flauw (... jij flauwvalt)
hij/zij valt flauw (... hij flauwvalt)
wij/zij/jullie vallen flauw (... wij flauwvallen)
ik/jij/u/hij/zij viel flauw (... ik flauwviel)
wij/zij/jullie vielen flauw (... wij flauwvielen)
hij is flauwgevallen
de/het/een flauwgevallen ....