Tuindorp Watergraafsmeer in Amsterdam betekenis & definitie

Tuindorp Watergraafsmeer , ook wel Betondorp genoemd, werd ontwikkeld op basis van een stedenbouwkundig plan uit 1918 door J. Gratama en G. Versteeg met een centrale Brink, uitwaaierende straten en kleine groenelementen (Sikkelstraat, Zuivelplein). Het noordelijke deel werd in 1927 op traditionele wijze in baksteen uitgevoerd met sobere expressionistische details (Akkerstraat, Egstraat e.o.) naar ontwerp van G. Versteeg. Een deel van het project was bestemd voor experimenten met - goedkoper geachte - betonsysteembouw volgens tien systemen (uitgevoerd 1923-'25 en 1926-'28).

In montagebouw verrezen de woningen rond het Huismanshof (systeem ‘Bron’; ontwerp D. Greiner) en die aan de Tuinbouwstraat (systeem ‘Hunkemöller’; J. Gratama) en de Schovenstraat (systeem ‘Bims Beton Bouw’; J.B. van Loghem). In blokbouw kwamen woningen tot stand aan de Sikkelstraat (systeem ‘Olbertz’; H.W. Valk), de Oogststraat (systeem ‘Isotherme’; H.F. Mertens) en het Onderlangs (systeem ‘Winget’; J.H. Mulder). Woningen in gietbouw bouwde men aan de Hooistraat (systeem ‘Non Plus’; D. Roosenburg) en de Ploegstraat (systeem ‘Kossel’; J. Hulsebosch). Het meest spraakmakend was het centrale gedeelte rond de Brink, dat in 1926-'28 als laatste werd uitgevoerd in het gietbouwsysteem ‘Korrelbeton’ naar ontwerp van D. Greiner (gerenoveerd 1983-'87, O. Greiner). Voorbeelden hiervan zijn de woon- en winkelpanden Brink 22-32 en de van een toren met klok voorziene rij middenstandswoningen Brink 2-20, alle in kubistisch-expressionistische vormen. In het tuindorp staan verder een openbare leeszaal en bibliotheek (Brink 43) en een verenigingsgebouw (Veeteeltstraat 121), gebouwd in 1924-'25 naar plannen van D. Greiner. Deze gepleisterde kubistisch-expressionistische panden zijn uitgevoerd in Korrelbeton II.

Gepubliceerd op 22-05-2017