Tuindorp Oostzaan in Amsterdam betekenis & definitie

Dit tuindorp met uiteindelijk ruim 1300 woningen kwam in 1919-'24 ten noordwesten van Buiksloot tot stand op basis van een plan van A. Keppler, dat door B.T. Boeyinga na zijn indiensttreding bij de Gemeentelijke Woningdienst in 1921 verder werd uitgewerkt.

Kenmerkend voor het ruim in het groen gelegen tuindorp is de blokstructuur met kleine rijen woningen. Aan de oostzijde zijn deze gegroepeerd om het Zonneplein en twee kleinere ‘satelliet-pleinen’, het Castorplein en het Polluxplein. Westelijk daarvan ontstond een tweede blokstructuur met centraal daarin het Mercuriusplein. Het Zonneplein kreeg een centrumfunctie met woon- en winkelpanden (1922-'24, B.T. Boeyinga) voorzien van galerijen voor de winkels. Aan de noordzijde werd het plein afgesloten door het verenigingsgebouw ‘Tuindorp Oostzaan’ (1932, J.H. Mulder), later bekend als ‘'t Zonnehuis’. Opmerkelijk zijn ook de rationalistische proefwoningen aan het Castorplein (systeem Winget; 1920-'21, J.H. Mulder jr.). De zogeheten dokterswoningen (Kometensingel 179-187, 1924-'25) zijn uitgevoerd in sobere expressionistische vormen.

In het tuindorp ontwierp de Dienst Publieke Werken de voorm. openbare leeszaal en bibliotheek (Kometensingel 211; circa 1924), een houten en met riet gedekt expressionistisch pand, en de voorm. kantine en bergplaats van de afdeling Plantsoenen (Orionplantsoen 1a-b; 1925), nu in gebruik als huisartsenpraktijk.

Gepubliceerd op 22-05-2017