Interieur in Haarlem betekenis & definitie

Verspreid door het complex hangen negentien ‘gravenstukken’ (circa 1490), paneelschilderingen met voorstellingen van diverse Hollandse graven, een heraut en de Dood. In de Gravenzaal zijn in 1870 vier glas-in-loodramen uit de Herv. kerk van Bloemendaal aangebracht (1635-'36, Pieter Holsteyn; gerestaureerd 1870, F.

Nicolas).De Grote Vierschaar herbergt op de verdieping de Justitiekamer, nu Secretariskamer, die is uitgevoerd met een houten tongewelf en betimmering (1756, vernieuwd 1938) en een schoorsteenstuk met justitievoorstelling (1671, Adriaen Backer). De Zijlstraatvleugel bevat eveneens diverse fraai ingerichte vertrekken. De Vroedschapskamer, nu oude raadzaal, heeft twee gesneden eikenhouten schoorsteenmantels op marmeren ionische zuilen (circa 1620). Verder hangen hier het wandtapijt ‘De val van Damiate’, ontworpen door Cornelis van Wieringen en vervaardigd door Joseph Thybouts (1629), en het tapijt ‘De Wapenvermeerdering’ van Pieter de Grebber en Joseph Thybouts (1630). De Schepenkamer, nu kamer van de loco-burgemeester, heeft een met symbolische- en bloemmotieven beschilderd plafond (circa 1630) en een schouw (circa 1630) met schilderstuk (1676, Jan de Bray) en aan de zijkanten wapens van stadsbestuurders (1668). De lambrisering is uitgevoerd in Lodewijk XV-stijl (1756, David de Haen).

Interessant is verder het schoorsteenstuk ‘Het Goede Bestuur’ (1671, Th. Ferreris) in de Burgemeesterskamer.

De herinrichting van de westelijke kloostervleugel tot Prinsenhof begon rond 1590 onder leiding van Willem den Abt en werd voltooid door Lieven de Key. Van zijn hand is in het zuidelijke deel van deze vleugel het rijke maniëristische trapportaal met dorische zuilen en decoratief fries (1595). De Prinsenhofvleugel heeft diverse kleinere verbouwingen ondergaan, bijvoorbeeld bij de inrichting van de grote zaal als Statenzaal (1815) en later als raadzaal (sinds 1903, verbouwd 1985-'86) en verbouwing van de verdieping ten behoeve van de Tekenschool (circa 1884). In de Raadzaal zijn schoorsteenstukken van Jan de Bray te vinden (1681 en 1683) en de antichambre heeft een plafond in Lodewijk XV-stijl, afkomstig uit het pand Grote Houtstraat 120 (overgebracht 1960).