Het klooster in Hilversum betekenis & definitie

‘De Stad Gods’ (Soest-dijkerstraatweg 151) ligt op het oude landgoed De Monnikenberg ten zuidoosten van Hilversum.

In 1895 ontwierp J.F. Klinkhamer hier een villa voor de Utrechtse rijksmuntmeester H.L.A. van den Wall Bake. In 1918 kwam het in bezit van jhr. H. Feith, die E. Verschuyl opdracht gaf tot een vergroting. In 1946 hebben de augustinessen van St. Monica het gebouw betrokken als klooster, waarbij een kapel en toren naar ontwerp van P. Heymerink zijn toegevoegd. Het Augustinusbeeld voor het gebouw dateert uit die tijd.

De tot het landgoed behorende boerderij Monnikenberg (Soestdijkerstraatweg 145) werd in 1843-'48 gebouwd in opdracht van E. van der Velde en kreeg het huidige aanzicht met vakwerkelementen bij een verbouwing rond 1895. De boerderij heeft een zomerhuis, Het voorm. sanatorium in Hilversum ‘Zonnestraal’ (Loosdrechtse Bos 7) ligt aan de zuidzijde van Hilversum op het gelijknamige landgoed dat in de 17de eeuw als productiebos is ontstaan. De gepensioneerde diplomaat F. Smidt liet hier in 1911 de houten Pampahoeve bouwen uit een bouwpakket van de firma Boulton & Paul Ltd. uit Norwich (GB).

In 1919 kwam het landgoed in bezit van de Stichting Diamantwerkers Koperen Stelen Fonds ‘Nieuwe Levenskracht’, met als doel in dit bosgebied een sanatorium met nazorgkolonie en arbeidstherapie te bouwen voor tuberculoselijders. Door de uitvinding van H. ter Meulen in 1917 om diamantstof uit slijpafval te winnen stegen de inkomsten van de stichting. Naar functionalistische ontwerpen uit 1924-'26 van J. Duiker en B. Bijvoet, en met J.G. Wiebenga als constructeur, verrezen in 1928-'31 een hoofdgebouw en twee paviljoens in wit gepleisterde betonskeletbouw met platte daken en stalen ramen. In het hoofdgebouw (1928), ook economiegebouw genoemd, waren een ontvangstruimte, een recreatieruimte, een eetzaal, behandelkamers, een apotheek, een badhuis en een ketelhuis ondergebracht. De patiëntenpaviljoens bestonden elk uit twee vleugels met daartussen een conversatiezaal. Het oostelijk gelegen Mr. H.C. Dresselhuyspaviljoen werd in 1931 afgebouwd. Na 1957 is Zonnestraal als algemeen ziekenhuis ingericht. Het westelijk gelegen Prof. H. ter Meulenpaviljoen (1928) heeft men in 1958 verbouwd en is tot op heden in gebruik voor de (para-) medische sector. Het Dresselhuyspaviljoen bleef sindsdien leeg en het ziekenhuis vertrok in 1991 uit het hoofdgebouw. Na jaren van leegstand en verval is in 2001-'04 een ingrijpende restauratie uitgevoerd (W. de Jonge en H.J. Henket). Voor de functie van het sanatorium als ‘zelfvoorzienende’ arbeidskolonie verrezen enkele straalsgewijs aangelegde werkplaatsen met segmentboogvormige daken (1927-'35) en een bijbehorende houten mottoren (1927) als verzamelplaats voor zaagsel. Het dienstbodenhuis (1931, gerestaureerd 1995) - nu ‘De Koepel’ genoemd - is een twaalfzijdig, tweelaags gebouwtje in staal en glas, dat achttien kleine kamers, een theekeuken en een badkamer bevatte. Voor patiënten in gezinsverband dienden de nazorgwoningen (Loosdrechtsebos 27-31; 1938, B. Bijvoet). Op het terrein staan ook enkele door de Duitse Wehrmacht gebouwde traditionalistische bunkerwoningen (Zonnepark) uit 1942, die in 1949 tot nazorgwoningen zijn verbouwd. Ten slotte is er een gedenkbank (1948) voor J.A. van Zutphen (‘Ome Jan’), de eerste voorzitter van de stichting.

Gepubliceerd op 26-05-2017