De (Herv.) Grote of St.-Vituskerk in Naarden betekenis & definitie

(Marktstraat 13) is een forse basilicale kruiskerk, voorzien van een vijfzijdig gesloten koor met kooromgang en een forse ingebouwde toren van drie geledingen met gekanteelde balustrade en achtzijdige spits. Vanaf 1380 begon de bouw van het laat-gotische koor van een eenbeukige kruiskerk, waarvan het schip en de laat-gotische toren in 1440 werden voltooid.

Vanaf 1455 kwamen uitbreidingen tot stand: de kooromgang, verlenging van de transepten en doorgetrokken zijbeuken. Na een brand in 1468 is het oorspronkelijke plan van de zijbeuken gewijzigd. Dit is te zien bij de spitsboogvensters in de westgevels van de zijbeuken die oorspronkelijk hoger waren, bedoeld voor halve houten tongewelven (exterieur gereconstrueerd 1978). Na voltooiing van de kerk in 1479 volgde de bouw van de sacristie door Ydus van Eck. De kerk werd nogmaals geteisterd door brand in 1481 en 1490. In 1510 was de kerk hersteld. De toren bevat een door Steven Butendiic gegoten klok (circa 1450) en heeft een door A. de Heer vervaardigde torenspits (1661). De kerk is gerestaureerd in 1935-'43 (L. Streefkerk) en 1965-'78. Bij die laatste restauratie heeft de toren de omgang met kantelen gekregen en is het in 1672 kapotgeschoten zeszijdige vieringtorentje gereconstrueerd. Verder is de tufstenen toreningang geheel vernieuwd en zijn het neogotische portaal (1860, 1949 gesloopt) aan de marktzijde en de consistorie bij het koor herbouwd.

Het interieur wordt gedekt door een in 1510 voltooid houten tongewelf met trekbalken op korbeelstellen in middenschip, transept en hoogkoor. De zijbeuken en de kooromgang hebben stenen kruisgewelven. Boven de scheibogen bevindt zich een schijntriforium met ondiepe spitsboognissen. De zuilen in het schip hebben bladkapitelen, in het koor zijn de kapitelen versierd met gebeeldhouwde monsters, dieren, druiventakken en mensfiguren. De muurstijlen onder het transeptgewelf zijn voorzien van gesneden figuren en gebeeldhouwde consoles met koppen. De consoles van het gewelf in het torenportaal tonen de vier westerse kerkvaders. Op de noordwand van de toren is een muurschildering met St. Christoforus zichtbaar (tweede helft 15de eeuw).

Bijzonder zijn de in 1510-'18 aangebrachte omvangrijke gewelfschilderingen op het houten gewelf van schip en koor. Hier zijn bijbelse taferelen uitgebeeld binnen laat-gotische omlijstingen (gerestaureerd 1967-'75). De schilders zijn mogelijk afkomstig uit de omgeving van Jacob Cornelisz van Oostzanen en beïnvloed door diens houtsneden en die van Albrecht Dürer. Aan de noordzijde zijn thema's uit het Nieuwe Testament verbeeld en aan de zuidzijde de corresponderende oudtestamentische prefiguraties. Op de gewelfvlakken, de trekbalken en de korbeelstellen zijn verder bladranken en spreukbanden geschilderd, en de wapens en huismerken van schenkers: de stad, de gilden en voorname families. Het wapen van keizer Karel V laat vermoeden dat de Kruisdraging door hem is geschonken.

De kerk bevat een houten koorhek (1531) met rijk snijwerk in vroege renaissance-vormen, mogelijk vervaardigd door Gregorius Wellemans of diens leerlingen. De bekroning met het wapen van Karel V is grotendeels een reconstructie uit 1978. Tot de inventaris behoren verder een houten kooromheining (1626), een laat-gotische en een 17de-eeuwse preekstoel, 17de-eeuwse herenbanken - waaronder een magistraatsbank (1623), een schutterijbank (1663) en een weesmeestersbank (1681) - en verder een tiengebodenbord (1603) en een kleermakers- en lakenverkopersbord (1618). Een marmeren reliëf uit 1773 door J. Poggeman (ontwerp J. Humbert) memoreert de herovering van Naarden in 1673 door prins Willem III. Het grote orgel in neogotische kast is in 1862 gemaakt door C.G.F. Witte. Het koororgel werd in 1937 gebouwd door D. Flentrop voor de Wereldtentoonstelling in Parijs met een door F.A. Eschauzier ontworpen kast (overgebracht 1938).

Gepubliceerd op 30-05-2017