Bennebroek betekenis & definitie

Dorp, ontstaan in de middeleeuwen op de rand van een strandwal. De naam verwijst naar een in de loop van de tijd volledig door het Haarlemmermeer opgeslokte veenstrook. Voor het afzanden van het binnenduingebied groef men vanaf de 16de eeuw enkele vaarten in de richting van het meer.

In 1653 werd Bennebroek een zelfstandige ambachtsheerlijkheid, met Adriaan Pauw als ambachtsheer, en in 1658 een zelfstandige parochie. Een bescheiden dorpskern vormde zich op de plaats waar de Binnenweg de Bennebroekervaart kruist. De buitenplaatsen rond het dorp zijn verdwenen, met als laatste het 17de-eeuwse Huis te Bennebroek (gesloopt 1972), waarvan nog wel een deel van de tuin resteert (gewijzigd circa 1765). Na de Tweede Wereldoorlog is Bennebroek sterk gegroeid als forensendorp.

Gepubliceerd op 26-05-2017