Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans

Gepubliceerd op 08-10-2020

pleiterik

betekenis & definitie

(< pleite + -erik), weg, ervandoor: Pl. Amst. pleuren (klanknabootsing?), gooien, smijten: Ik ging naar de slaapzaal, pleurde al de papieren in de kast en wilde gaan pitten, CREMER 191.

Maar je moet het zo brengen dat als hij (een klant) ƒ100.betaalt, dat hij ook tevreden de deur uitgaat. Je maakt er iets van. Anderen pleuren ze (de klant) na tien minuten de deur uit, GROOTHUYSE 128.