Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans

Gepubliceerd op 06-03-2017

bolleboos

betekenis & definitie

(< Jidd. ballebos < Hebr. baal ha bajis, heer des huizes), zeer begaafd persoon, m.n. zeer begaafd kind: Als ik als kind wel eens mee moest naar de winkel, deden ze altijd vals-poeslief met mij. ‘Wat is hij groot geworden!’, zeiden ze dan tot mijn moeder, op mij wijzend (terwijl ik vrij klein van gestalte was gebleven). ‘Hij is zeker een bolleboos op school!’ VAN PRAAG in KN.