Lexicon Nederland en België

Lexicon van de geschiedenis van Nederland & België

Gepubliceerd op 02-08-2017

Domela Nieuwenhuis

betekenis & definitie

Domela Nieuwenhuis, Ferdinand, Nederlands politicus, *31.12.1846 Amsterdam, +19.11.1919 's-Gravenhage. Domela Nieuwenhuis was luthers predikant; hij werd socialist en trad in 1879 uit de kerk.

In datzelfde jaar richtte hij → Recht voor Allen op, het eerste socialistische orgaan in Nederland. Het blad werd het orgaan van de → Sociaal-Democratische Bond (sdb), die in 1881 werd opgericht. In 1882 richtte Domela een Bond voor Algemeen Kiesrecht op. Van 1882-1887 was hij secretaris van de sdb. Hij werd in 1886 wegens majesteitsschennis veroordeeld voor het artikel De koning komt in Recht voor Allen, hoewel dit niet door hem geschreven was. Op 31.8.1887 werd hij vrijgelaten. Domela Nieuwenhuis was van 1888-1891 lid van de Tweede Kamer voor het district Schoterland; hij was de eerste socialist in het Nederlands parlement. In 1891 werd hij niet herkozen. Nu verwierp Domela voortaan de parlementaire actie en ijverde voor de algemene werkstaking als actiemiddel. In 1893 was hij medeoprichter van het → Nationaal Arbeidssecretariaat (nas). Toen het congres van de sdb in Utrecht besloot niet aan de verkiezingen deel te nemen en geen parlementaire actie meer te voeren, scheidden de sociaal-democraten zich af en stichtten in 1894 de → Sociaal-Democratische Arbeiders Partij (sdap). De sdb, herdoopt in Socialistenbond, liep in ledental terug en smolt in 1900 samen met de sdap. Intussen had Domela Nieuwenhuis zich in 1897 van de Socialistenbond afgescheiden; hij verkoos een anarchistisch standpunt en gaf de Vrije Socialist uit. Zijn begrafenis werd een ongekende demonstratie van aanhankelijkheid van tienduizenden naar Amsterdam gestroomde arbeiders. Van zijn geschriften moet Een Vergeten Hoofdstuk genoemd worden (1898); het handelt over de ellendige toestand van de arbeiders, zoals die naar voren was gekomen in de parlementaire → enquête van 1886, die in het Gedenkboek ter gelegenheid van de inhuldiging van koningin Wilhelmina (1898) `vergeten' was.