Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Gepubliceerd op 02-10-2019

2019-10-02

Polygamie

betekenis & definitie

(Gr. polus = veel; gamein = huwen),

1° (moraal) het sluiten van meer dan een huwelijk door een persoon. Gebeurt dit achtereenvolgens, zoodat het eerste huwelijk heeft opgehouden te bestaan, voordat men het tweede sluit, dan noemt men dit polygamia succcssiva. Wij gebruiken daarvoor het woord: → tweede huwelijk en verstaan onder p. het tegelijk gehuwd zijn met twee of meer personen. Dit kan nog op twee manieren. Vandaar twee vormen van polygamie: polyandrie (Gr. anèr = man) en polygynie (gunè = vrouw).

Polyandrie, d.i. het gehuwd zijn van één vrouw met meer mannen tegelijk, is in de geschiedenis zeer zelden voorgekomen als wettig erkende vorm van huwelijk. Dit is veel meer dan polygynie in strijd met de natuurlijke zedeleer, omdat het veel meer in strijd is met aard en doel van het huwelijk. Immers het maakt een wezenlijk onderdeel van het eerste doel van het huwelijk, nl. de opvoeding der kinderen door de ouders, absoluut onmogelijk; daar bij polyandrie de afstamming van den vader onbekend is. Verder veroorzaakt het dikwijls de onvruchtbaarheid der vrouw en bemoeilijkt het vreedzame familieleven. Polyandrie is in strijd met de primaire geboden der natuurwet.

Door de polygynie (Ned.: veelwijverij) wordt het eerste doel van het huwelijk niet onmogelijk gemaakt, wel zeer bemoeilijkt; het tweede doel: wederzijdsche hulp en steun voor het leven, geheel onmogelijk gemaakt. Dit laatste immers veronderstelt een innigen band van hartelijke liefde; een geheel voor elkander leven. Het leven met meer vrouwen tegelijk sluit dit uit. En omdat zoowel dit als het vreedzaam familieleven met veelwijverij niet samengaat, en beide weer van groot belang zijn voor de opvoeding der kinderen, bemoeilijkt zij dit (eerste) huwelijksdoel. Ook leert de geschiedenis, dat veelwijverij voert tot een staat van ondergeschiktheid van de vrouw, die met slavernij gelijk staat. Dit is in strijd met de natuurlijke gelijkwaardigheid van beide gehuwden.

Om al deze redenen, die nauw samenhangen, is veelwijverij in strijd met de natuurwet; zij het dan met de secundaire, d.i. onmiddellijk uit de primaire afgeleide geboden der natuurwet. In deze secundaire geboden kan God soms dispenseeren. Zoo verklaren we de levenswijze van de aartsvaders en van het Joodsche volk.

Evenals de onontbindbaarheid, is ook de eenheid van het huwelijk door Christus hersteld in de oorspronkelijke volmaaktheid, die God bij de schepping er aan gegeven had (Gen. 2.24). Nu geldt dus als natuurwet, verplichtend voor iedereen, ook voor de ongedoopten: zoolang iemand geldig gehuwd is met een vrouw, is het niet alleen verboden maar ook onmogelijk een ander huwelijk aan te gaan (→ Huwelijksbeletsel; → Huwelijksband). Zulk een tweede huwelijk is ongeldig. Waar veelwijverij practisch beoefend wordt, is de man alleen met de eerstgenomen vrouw geldig gehuwd. Bender.

2° Voor p. in het recht, zie → Dubbel huwelijk.
3° Bij de planten is p. gekenmerkt door het feit, dat op eenzelfde individu tweeslachtige en eenslachtige bloemen voorkomen. Bij de dieren spreekt men van p., wanneer een mannetje met vele wijfjes samenleeft (polygynie), bijv. bij hoefdieren en hoenders; het komt veel minder voor, dat één wijfje verschillende mannetjes kent (polyandrie), zooals bijv. bij de koekoek. Dumon.