J. van dael betekenis & definitie

J. van dael - Ned. psycholoog. * 1900. Studeerde en doctoreerde aan de universiteit te Leuven in de wijsgeerige faculteit met hoofdvak experimenteele psychologie.

Eenigen tijd voor en na zijn promotie was hij als assistent werkzaam aan het Psychologisch Laboratorium van de Rijksuniversiteit te Utrecht. Daarna trad hij op als docent aan de R.K. Leergangen en aan de R.K. School voor Maatschappelijk werk te Amsterdam. In 1928 werd hij benoemd tot Directeur van het Gemeentelijk Bureau voor Beroepskeuze te Amsterdam, welke functie hij bekleedde tot 1933, in welk jaar het bureau uit bezuiniging werd opgeheven.

Werken: Gesch. der Empirische Psych. (1929); Beroepskeuze voorlichting (1932); Overzicht v. h. Onderwijs en v. d. Opleidingen in ons land (1934). De Quay