C. J. Langenhoven betekenis & definitie

Z. Afrikaansch schrijver, advocaat-journalist. * 1873. In 1914 wist hij in den raad der Kaap-provincie de erkenning van het Afrikaansch als voertaal te verkrijgen.

Werken: Stukkies en Brokkies (1911); Ons weg deur die wereld (1914); Die Pad van Suid-Afrika (gedichten); Die Hoop van Suid-Afrika (tooneelst.); Die Huisgenoot (met autobiographie).

Lit.: Pienaar, in Taal en Poësie (II); Schooneer, Die Prosa van die twede Afrikaanse beweging (1922).