Inboezemen — inblazen — inprenten — inscherpen — in¬spreken betekenis & definitie

Iemand eene gedachte of een gevoel in den geest en in het gemoed doen opnemen. Inboezemen wordt zoowel in een goeden als in een kwaden zin gebruikt voor: bij iemand een gevoel in den boezem doen ont¬staan; (iemand moed, liefde, vrees, wantrouwen inboezemen), inblazen heeft meestal eene slechte beteekenis {achterdocht inblazen, inblazingen — ophit¬singen).

Inspreken wordt bij voorkeur gebezigd van het inboezemen van moed door middel van redeneering (moed inspreken). Inprenten is door herhaalde leering een denkbeeld of begrip vast in den geest doen opnemen. Ik heb mijn kinderen van der jeugd af ingeprent, dat arbeid adelt. Nog sterker wordt dit denkbeeld uitgedrukt door inscherpen, waarin het bijbegrip van klem, van gestrengheid ligt. Bij het afscheid heb ik hem zijne plichten nog eens goed ingescherpt.