Band — boel — keten — ketting — kluister betekenis & definitie

Een werktuig, waardoor iemand in zijne vrijheid van beweging belemmerd wordt. Band is de algemeene uitdrukking voor alles, wat dient om iemand te binden en wordt verondersteld uit eene buigzame stof te bestaan.

Boei en kluister duiden een ijzeren werktuig aan, dat iemand gevangen houdt, en geopend of gesloten kan worden. Om hand of voet kan men boeien of kluisters dragen, terwijl men om de armen met een band gebonden wordt. De keten of ketting, eene reeks van aaneengeschakelde ringen van een of ander metaal, wordt als band gebruikt, waar buigzame stof niet sterk genoeg zou zijn. Figuurlijk gebezigd geven boeien en kluisters een sterke, harde macht te kennen, die iemand of iets gevangen houdt, drukken ketenen meer een innige vaste en band een lichtere- en zachtere verbinding uit. De banden des bloeds, des huwelijks, der vriendschap. Harten ketenen, d. i. sterk verbinden door weldaden. De keten der min. Door zooveel bevalligheid geboeid (of ge¬kluisterd) was het mij niet mogelijk de oogen ook maar een enkel oogenblik van haar af te wenden.

En rolt de Rijn weer langs zijn boorden, Ontslagen van den winterboei.