Redactie Ensie

Hypotheek begrippen omschreven, met medewerking van Van Bruggen Adviesgroep.

Gepubliceerd op 09-08-2016

2016-08-09

Vereniging Eigen Huis (VEH)

betekenis & definitie

De Vereniging Eigen Huis (VEH) is een consumentenorganisatie en belangenvereniging voor particulieren die een eigen huis bezitten of bezig zijn met de aankoop van een woning. Sinds de oprichting in 1974 heeft de vereniging (aanstaande) woningbezitters geïnformeerd, geholpen en beschermd bij de aankoop van een eigen woning.

Vereniging Eigen Huis werd in 1974 opgericht na aanleiding van de explosieve groei van de koopwoningenmarkt. Die groei resulteerde in een onzorgvuldig bouwproces, waardoor veel nieuwbouwhuizen met constructieproblemen kampten. Ook was het destijds mogelijk dat een makelaar de belangen van de koper alsmede de verkoper behartigde. Sinds de oprichting heeft de Vereniging Eigen Huis aan veel misstanden op de woningmarkt een einde gemaakt. Zo is de overdrachtsbelasting gedaald van 6% naar 2%, kan een makelaar alleen de belangen van de verkoper of koper behartigen, is er een opleveringskeuring voor nieuwbouwwoningen ingevoerd en is prijsconcurrentie in het notariaat een vanzelfsprekendheid.

De VEH profileert zichzelf als een belangenvereniging en dienstverlener. Dat houdt in dat wanneer de vereniging een misstand binnen de woningmarkt constateert, zij dit door middel van een (politieke) lobby proberen recht te trekken. Als ze hier niet in slagen, heeft de vereniging de mogelijkheid om zelf een concurrerende dienst op te richten om de misstanden binnen de markt aan de kaak te stellen. Door het grote ledenaantal kan de vereniging een collectief vormen, wat een financieel voordeel voor leden kan opleveren.

Het behartigen van belangen is dus niet de enige taak van de VEH. Door het aanbieden van diensten hoopt de vereniging financieel voordeel voor haar leden te behalen en verkrijgt het inkomsten om de werkzaamheden te kunnen bekostigen. Dat komt de vereniging soms ook op kritiek te staan, want er zijn gevallen bekend waarbij de producten en diensten van de VEH duurder waren dan die van de concurrentie.