Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

Gepubliceerd op 25-05-2017

2017-05-25

rouleren

betekenis & definitie

In een strak tempo rijden, waarbij verschillende renners elkaar aflossen. Afgeleid van het Franse werkwoord ‘rouler’. Ook gebruikt in de zin van soepel fietsen.

We rouleren, als ik langs Teissonnière schuif, vraag ik waar die renner van Cycles Goff ontsnapt is. (Tim Krabbé: De renner. 1978)

Het merendeel van de huidige renners kan niet meer rouleren, zij moeten die grote verzetten duwen. (Martin Ros: Wielerhelden. 1991)