Groot wielerwoordenboek

van asfalteczeem tot zoetemelkpositie (uitgave 1989)

Gepubliceerd op 25-05-2017

2017-05-25

man: de - met de hamer

betekenis & definitie

In de uitdrukking ‘de - ontmoeten’: voortdurend pech hebben; in sporttaal (vnl. wielrennen) 'een inzinking krijgen’. Ook wel ‘een klop krijgen van de man met de hamer’. De man met de hamer is symbolisch voor het noodlot dat iemand achtervolgt. Beroemd geworden door de tekeningen van de Franse cartoonist René Pellos (1900-1998). ‘L’homme au coup de marteau’ is de mythische figuur die de reuzen van de weg buiten westen slaat. Volgens Gaston Esnault, een Franse argotdeskundige, zou deze zegswijze rond 1926 opgedoken zijn. Een jaar eerder ontstond de uitdrukking ‘un coup de marteau’ (een tik van de hamer) in de betekenis: een plotselinge inzinking. Ook het luchtvaartslang kent ‘de man met de hamer’ als een kwelgeest die voortdurend pech veroorzaakt. Engelse piloten noemen deze kwelgeest in hun slangtaaltje een ‘gremlin’.

De Franschen spreken van l’homme au marteau. Welnu, op den terugweg heeft, zooals wij reeds aanduidden, de man met den hamer verscheidene renners op den rug geslagen. Hij sloeg hen uit de race. (Nieuwe Rotterdamsche Courant, 05/07/1928)

En toch kwam hier weer aan het licht, dat Nederland vele goede renners telt tot ongeveer 100 km. Wordt de wedstrijd langer, dan krijgen velen den slag ‘van den man met den hamer’, dan blijkt, dat hun training over te weinig kilometers gaat. (Het Vaderland, 10/05/1937)