Groot wielerwoordenboek

van asfalteczeem tot zoetemelkpositie (uitgave 1989)

Gepubliceerd op 25-05-2017

2017-05-25

knallen

betekenis & definitie

(soms: erop los knallen) stevig doorfietsen, voortdurend demarreren. Vgl. bombarderen; aan de boom schudden. ‘Eroverheen knallen’: snel naar voren fietsen (tussen een aantal renners door). Syn.: eroverheen kletsen.

Toen knalde hij Baronchelli achterna, maar kwam nog net honderd meter te kort om deze Transalpijn van de zege weg te houden. (Jan Cornand & André Blancke: Hoe Merckx de Tour verloor. 1975)

Met Lubberding knalden ook Jan Raas mee en Knudsen, Battaglin, Thurau, Chalmel, Bernaudau en Daniël Willems. (Jan Cornand & Stefan Van Laere: Duet voor 2 pedalen. 1979)