Grieks-Romeinse Oudheid

XYZ van de Grieks-Romeinse Oudheid

Gepubliceerd op 26-09-2017

Titanen

betekenis & definitie

Titanen - In de Griekse mythologie de twaalf zonen en dochters van Gaia en Ouranos (zie Hesiodos’ Theogonia). De zonen waren Okeanos, Koios, Krios, Kronos, Japetos en Hyperion. De dochters waren Theia, Rheia, Themis, Phoebe, Tethys en Mnemosynè. Oorspronkelijk verbleven zij in de hemel, samen met hun afstammelingen, o.a. Prometheus en Epimetheus, zonen van Iapetos, en Helios, zoon van Hyperion.

Na een onderlinge strijd onttroonde Kronos zijn vader Ouranos, tot Kronos op zijn beurt door Zeus van de oppertroon werd gestoten. Zeus ontketende daarna een geweldige strijd tegen de Titanen (Titanomachia) en daarvoor verloste hij de kyklopen uit de onderwereld. Zeus overwon en de Titanen, verwanten van de Giganten, werden in de diepe krochten van de Tartaros geslingerd.

Nawerking: The Fall of Hyperion, gedicht door John Keats (1795-1821), vert. (1879) door W.W. van Lennep.