predikant (Makkum 1723-Bozum 16.8.1798). Stond te Beers (1745-54) en Bozum (1754-98).
Typisch vertegenwoordiger van de 18deeeuwse moderne predikanten, bemoeide zich met weerkunde, met veehouderij, met veeziekten, vooral met de veepest. Hij entte eerst heimelijk, later openlijk en bij wijze van voorbeeld het rundvee (op den duur vooral kalveren van genezen koeien) in volgens een eigen methode.
Zijn verdiensten zijn lang bij die van Geert Reinders achtergesteld. A. schreef: Verhandelinge over de natuurlijke oorzaken der Ziekte onder het Rund-vee (1765).
Verder hield A. harddravers en was een ijverig doelist en patriot. Als zodanig werd hij afgezet (1790-95).
In de Franse tijd volksrepresentant.Zie: Leeuw. Cour. (1 en 6.6.1950); Spahr v. d. Hoek, Fr. Landbouw, passim; Repert., 222-223.