transplantatie betekenis & definitie

Operatie waarbij de chirurg weefsel of een orgaan overbrengt van de ene naar de andere plaats in het eigen lichaam of naar een ander lichaam.

Dokters doen meestal een transplantatie om een slecht werkend of kapot orgaan te vervangen. Tot voor kort gebeurde het vaak dat dan het afweersysteem van de patiënt flink protesteerde tegen het ‘vreemde’, van iemand anders afkomstige orgaan, dat tenslotte zomaar in het lichaam wordt gestopt.

Dat gaf dan een fikse afweerreactie. Dokters hebben nu medicijnen die deze afweerreactie goed onderdrukken (‘immuunsuppressiva’). Daardoor zijn de meeste orgaantransplantaties succesvol.

Organen die kunnen worden getransplanteerd, zijn bijvoorbeeld de nieren, de lever, beenmerg, het hart, de longen, de huid en hoornvlies (in je oog). De dokter noemt wat getransplanteerd wordt een ‘transplantaat’. Een implantaat is een vreemd voorwerp dat de chirurg of tandarts in je lichaam plaatst.