Hippocrates betekenis & definitie

Geneesheer die in 460‑375 voor Christus leefde en door zijn kennis van ziektes en behandelingen de ‘vader van de geneeskunde’ wordt genoemd (uitspraak: hip-OO-kraa­-tès).

Hippocrates was een eerbiedwaardige geneesheer die in de klassieke Oudheid op het Griekse eiland Kos leefde. Hij stelde een plechtige belofte oftewel ‘eed’ op voor zijn leerlingen, jongemannen die door hem tot ‘geneesheer’ wilden worden opgeleid. Die ‘eed van Hippocrates’ wordt nog steeds ongeveer zo uitgesproken door studenten geneeskunde die arts worden. Dat het woord ‘arts’ juist uit de taal van Hippocrates komt, lees je bij ‘arts’.

Kijk ook bij arts, artseneed.