Brabants Handwoordenboek

Prof. dr. Jos Swanenberg (2015)

4.138 Onderwerpen

22.851 Bezoekers

Dit cumulatieve Handwoordenboek bevat geenszins álle woorden van de dialecten van Noord-Brabant. Het is een selectie van de meest interessante, opmerkelijke, herkenbare of grappige woorden. Het Handwoordenboek heeft niet de bedoeling een volledig naslagwerk te zijn, maar wil zijn lezers graag laten proeven van de bijzondere Brabantse woordenschat.

Tot de Brabantse dialectwoordenschat rekenen we hier woorden die deel uit maken van de woordenschat van de diverse lokale dialecten in Noord-Brabant, ook al zijn die woorden in woordenboeken van het Nederlands zoals de ‘Grote Van Dale’ opgenomen. In Van Dale gaan dergelijke woorden over het algemeen vergezeld van labels als ‘gew.’ (gewestelijk), ‘dial.’ (dialect) of ‘volkst.’ (volkstaal).
Dialectwoorden worden voorzien van hun betekenis en van een label dat de woordsoort aangeeft. In dit woordenboek wordt niet ingegaan op de herkomst van woorden. Daarvoor kan de lezer zich wenden tot het mooie werk van dr. F. Debrabandere, Brabants etymologisch woordenboek. De herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant (2010).

De hier gepresenteerde woordverzameling is op de eerste plaats opgetekend uit de databanken van het WBD. Dialectwoorden worden in het WBD gegeven met een beschrijving van het gebied waar ze werden opgetekend. De primaire bron van het WBD bestaat uit door honderden informanten ingevulde enquêteformulieren. Daarnaast is voor het Handwoordenboek zoals gezegd ook een aantal lokale en regionale dialectwoordenboeken geraadpleegd (zie voor een overzicht van titels de bronnenlijst achterin). Op basis van de vindplaatsen in deze verschillende bronnen werd aan de woorden een gebiedsaanduiding toegevoegd. De gebiedsaanduiding geeft aan waar het woord werd opgetekend en is daarmee een verwijzing naar de streek waar het woord in gebruik is. Anderzijds kunnen deze vindplaatsen ons niet inlichten over de exacte verspreiding. Woorden zullen soms niet overal in het aangeduide gebied bekend zijn, en voor weer andere woorden zal gelden dat ze ook in gebruik zijn buiten het aangegeven gebied. Bovendien kan het zijn dat het woord zowel binnen als buiten de genoemde regio net even anders wordt uitgesproken, dan in de plaatsen waarvoor het hier werd opgetekend. De afkortingen van de gebieden zijn als volgt:

Gebiedsaanduidingen:
BM: Den Bosch en de Meierij.
EK: Eindhoven en de Kempen.
HP: Helmond en de Peel.
LC: Land van Cuijk.
TM: Tilburg en Midden-Brabant.
WB: West-Brabant.

Spelling:
De spelling van dialectwoorden werd in dit boek geüniformeerd. De verschillende lokale woordenboeken die als bron dienden van deze woordverzameling kennen ieder hun eigen spellingswijze. Bovendien komen woorden vaak in meerdere bronnen voor in verschillende uitspraakvarianten. De spelling van dialectwoorden werd daarom ook genormaliseerd. Het mag immers vanzelf spreken dat niet voor alle spellingsvarianten noch voor alle uitspraakvarianten afzonderlijke ingangen werden gemaakt, maar dat er licht geabstraheerd werd in de spelling. Dat kan soms een vernederlandsing van de spelling inhouden.
Karakteristieke kenmerken van de uitspraak van Brabantse dialectwoorden werden grotendeels wel behouden. De eind-n na onbeklemtoonde –e- (sjwa, IPA: ə) wordt stelselmatig weggelaten, en hier wordt dan ook ruime, ruive en ruiegespeld. Waar de h- aan het woordbegin wordt weggelaten (in West-Brabant) wordt die ook niet gespeld: apsel (haspel), oepelpéérd (hobbelpaard), ukke (hurken). Lange klinkers zoals –aa- en –oo- werden ook in open lettergrepen met twee lettertekens weergegeven: billewaage, smoore.
Voor het spellen van klinkers werd, waar nodig, gebruik gemaakt van aanvullende spellingstekens:
è, voor open, korte e, IPA: æ
èè, voor dezelfde klinker, maar dan lang,
é, (waar verwarring dreigt: bélochte), voor gesloten, korte e, IPA: ε
éé voor dezelfde klinker, maar dan lang,
ò voor o, die meer bij of tegen het verharde gehemelte wordt uitgesproken, bòn (boon) in tegenstelling tot bon (bon),
ó voor korte, gesloten o, IPA: o
ao voor lange, open o, IPA: ɔ
á voor korte a als voorklinker, zoals in latje, IPA: a
ö voor korte, open u, IPA: œ
èù voor dezelfde klinker, maar dan lang.

Toon meer

Definities en betekenissen van Brabants Handwoordenboek