(Apocalypsis) is de naam gegeven aan het laatste Bijbelboek, dat zo genoemd wordt in verband met 1 : 1 en ook wel in verband met de inhoud van het boek, dat al geeft de ganse Bijbel openbaring Gods, wel heel in het bijzonder openbaart, wat aan het einde der geschiedenis gebeuren zal. Het is echter minder juist te spreken van de openbaring van Johannes, het boek geeft de openbaring van Jezus Christus aan Johannes, 1 : 1.
Van oude tijden af is het boek toegeschreven aan de apostel Johannes, die deze openbaring ontvangen heeft, toen hij als banneling op het eiland Patmos vertoefde. En hoewel deze toeschrijving reeds in de Oudheid bestreden is (door de alogi), past zij zeer goed op de inhoud van het boek. Dit al dadelijk in verband met de adressering aan 7 kerken in Klein-Azië, in welke landstreek Johannes op het laatst van zijn leven heeft gewerkt. Het boek geeft, voorafgegaan door een roepingsvisioen, een groet en de 7 brieven en gevolgd door een naschrift, een ganse reeks van visioenen, die geordend zijn naar het getal 7 en in aansluiting aan Oudtestamentische profetieën, bepaald aan die van Ezechiël en Daniël, de toekomst voorstellen als de dingen, die weldra zullen geschieden. Dat zegt aan de éne zijde, dat de Openb. aansluit bij de Hand. Het laatstgenoemde boek beschrijft het begin van de geschiedenis der Nieuwtestamentische Kerk, de O. het einde. De twee boeken omspannen samen de geschiedenis der nieuwe bedeling, de O. staat terecht aan het einde van de canon. Aan de andere kant zien we door een en ander, dat de O. een profetisch boek is en dus heel moeilijk te verklaren. Er bestaan zelfs een aantal methodes volgens welke men dit Bijbelboek uitlegt, doch het is voldoende te zeggen, dat het een profetisch boek is, dat spreekt over dingen, die nog geschieden moeten en die dus onbekend zijn, zij het dat dit spreken geschiedt in aansluiting aan het bestaande in Schrift en historie, waardoor we toch enigermate tot een verklaring kunnen komen.De O. wordt soms laat gesteld, in de dagen van Domitianus, vooral in verband met de toestand, waarin de kerken blijken te verkeren en de uitgebroken vervolgingen. Het is echter ook mogelijk dit Bijbelboek eerder te plaatsen. Er waren reeds vroeg vervolgingen in verschillende streken. Het ev. naar Johannes en zijn brieven ademen een rust, die beter na dan vóór de O. kan worden gesteld. Johannes kan het boek op Patmos of na zijn ballingschap in Ephese hebben geschreven. Taal en stijl van de O. zijn niet best. Dit is te verklaren, wanneer het boek door Johannes zelf zonder de hulp van een secretaris, misschien dan ook vroeg is opgesteld. In de oude Kerk is de O. lang niet steeds en overal aanvaard. Het heeft enige tijd geduurd eer dit boek door allen als canoniek werd erkend.