Wat is de betekenis van zeepaling?

2024-02-24
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

zeepaling

(1914-1918) (Vlaanderen, sold.) zeppelin. • Ik wil hier daarvan enkele typische staaltjes geven, lukraak, te beginnen met een greep uit de talrijke voorbeelden van opzettelijke, humoristisch bedoelde klank- (en begrips-)associaties: ‘hazetand’ voor adjudant, ‘kapper’ voor kapitein, ‘peerdekop’ voor pé...

2024-02-24
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

zeepaling

zeepaling - Zelfstandignaamwoord 1. (dierkunde) Conger conger, de in zee levende kongeraal Zeepalingen worden door veel mensen griezelig gevonden. Woordherkomst samenstelling van zee en paling Synoniemen zeeaal

2024-02-24
Culinair van a tot z

Peter Joh. M. Zuidweg (2016)

zeepaling

Grote palingsoort en uitstekend geschikt om te roken, doch soms komt stoven ook in aanmerking.

2024-02-24
Artis dierenencyclopedie

H. van de Werken (1969)

Zeepaling

Het is meestal de gewone zeepaling die we in grote zeewateraquaria zien, de kommeraal zoals de vissers hem noemen, ongetwijfeld een verbastering van kongeraal – dat wel weer afkomstig zal zijn van zijn Latijnse naam Conger conger. Deze onmiskenbare verwant van de gewone ►aal en ook van de ►murene, kan een flinke knaap worden van tegen de drie...

Wil je toegang tot alle 12 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-24
Encyclopedie van Friesland

Prof. Dr. J.H. Brouwer (1958)

ZEEPALING

Bij de zeevissers onder de naam kommeraal bekend, een verbastering van de vroegere naam kongeraal. Soms tot 2 m lang. Een enkele maal aan de kust gevangen, o.a. in 1928 bij Lemmer, in 1957 bij Kornwerderzand. In 1957 geregeld te Lwd. te koop.

2024-02-24
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Zeepaling

m. (-en), in zee levende paling (Gonger conger).

2024-02-24
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

zeepaling

(paling uit zee), 1. (voorwerpsn.), m. zeepalingen; 2. (stofn.), v.

2024-02-24
Encyclopedie voor Iedereen

John Kooy (1933)

Zeepaling

visch u/d fam. der aalachtigen, tot 3 m lang roofdier, met scherpe tanden, voedt zich met vissollen en schaaldieren; leeft in diep water, weinig aan onze kust.

2024-02-24
Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Zeepaling

➝ Zeeaal.

2024-02-24
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

zeepaling

m. (-en) v. (als stofnaam) zeeaal.

2024-02-24
Oosthoek encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Zeepaling

Zeepaling - Conger vulgaris, visch uit de familie der Aalachtigen (Muraenoidae); gelijkt in lichaamsvorm en kleur veel op de gewone aal of paling, doch wordt veel grooter, tot 3 M. lang. Het is een gevaarlijke roover, die zich met andere visschen, schaal- en schelpdieren voedt en wiens geweldige tanden door onze visschers terecht gevreesd worden. H...

2024-02-24
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

zeepaling

m. (-en), (ook: kommeraal), Conger conger, enige inheemse palingsoort uit de familie →congeralen (Congridae), tot 3 m lang, een gevaarlijke roofvis, voornamelijk geconsumeerd in gerookte vorm.