Wat is de betekenis van Villa?

2020
2021-03-07
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

villa

groot vrijstaand woonhuis. groot en meestal kostbaar woonhuis, in de regel vrijstaand en omgeven door een tuin, maar soms ook halfvrijstaand, en meestal niet gelegen in een stadscentrum maar aan de rand daarvan of op het platteland. Voorbeelden: Links en rechts van de tuin en erachter liggen de tuinen van de villa's die hier de...

Lees verder
2019
2021-03-07
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

villa

villa - Zelfstandignaamwoord 1. (bouwkunde) een groot en vrijstaand huis Hij woont in die grote villa daar.

Lees verder
2018
2021-03-07
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

villa

villa - zelfstandig naamwoord uitspraak: vi-la 1. groot en luxe woonhuis met een tuin eromheen ♢ ze wonen in een villa in Hilversum Zelfstandig naamwoord: vi-la de villa de villa's...

Lees verder
2017
2021-03-07
Grieks-Romeinse Oudheid

XYZ van de Grieks-Romeinse Oudheid

Villa

Villa - zie Woningbouw.

2017
2021-03-07
Euroreizen

Schrijver op Ensie

Villa

Een villa is een alleenstaand gebouw met tuin. Doch is het mogelijk dan in éénzelfde villa verschillende appartementen worden verhuurd.

2016
2021-03-07
NVDO

Begrippenlijst NVDO

Villa

Een villa is een oorspronkelijk een buitenverblijf van een aanzienlijke Romein; thans de aanduiding voor een vrijstaande, aanzienlijke woning. De stadsvilla is ontwikkeld in de tweede helft van de 19e eeuw toen het voor een grotere groep stedelingen financieel mogelijk werd huizen te laten bouwen te midden van veel groen. De inspiratiebron voor dez...

Lees verder
2004
2021-03-07
lesmethode Memo

Geschiedenisles voor bovenbouw

Villa

Een huis van een grootgrondbezitter op het platteland.

2002
2021-03-07
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

villa

Villa is de aanduiding voor de grote en ruime woningen bij de Romeinen die buiten de stadsmuren lagen; meestal agrarische bedrijven, maar ook als buitenhuis; ook in de renaissance (villa’s van Paladio), landbouw en comfort worden gecombineerd.

1998
2021-03-07
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Villa

1. - Bellevue/Schoonzicht, schertsend gezegd wanneer een meisje wijdbeens zit, of wanneer haar rok nogal kort is, zodat men zicht heeft op haar ondergoed. Cliché-gezegde. Jan Spierdijk was daar eerste bediende en had uit hoofde van die functie uitstekend zicht op de roomblanke dijen van Annie, wanneer zij zinnelijk de trap afstofte - hoewel hij die...

Lees verder
1993
2021-03-07
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Villa

vrijstaand woonhuis; buitenverblijf (gesch.)

1981
2021-03-07
Geschiedenis Lexicon

H.W.J. Volmuller (1981)

Villa

bij de Romeinen landhuis, landhoeve, landgoed, buitenplaats of boerderij. Tijdens de Pax Romana verrezen er vele villa's in Artois. Henegouwen, Waals-Brabant. Haspengouw, Tussen-Samber-en-Maas. Condroz, Famenne. Zuid-Limburg en Zuid-Luxemburg. Zij waren soms van geringe omvang (villae rusticae, hereboerderijen). soms weelderig ingericht met ta...

Lees verder
1933
2021-03-07
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Villa

Romeinsch landhuis of landhoeve, oorspr. zeer eenvoudig ingericht; grootere landhuizen stonden onder een opzichter of rentmeester (villicus). De rijkere Romeinen bezaten in de steden en op het platteland soms luxueus ingerichte v. met prachtigen tuinaanleg, overdekte hallen en zuilengangen, baden en installatie van „centrale verwarming”...

Lees verder
1916
2021-03-07
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Villa

Villa - (Lat.) heette bij de Rom. zoowel het landhuis of de hoeve, voor landbouwbedrijf bestemd, als het als zomerverblijf gebruikte landelijke woonhuis in de 'moderne beteekenis. De hoeve bevatte de v. urbana (het heerenhuis) en de v. rustica (de boerderij met woningen, stallen, schuren, enz.): een fraai voorbeeld hiervan hebben wij in de onlangs...

Lees verder
1914
2021-03-07
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

villa

villa - v., landhuisje, buitentje.

1910
2021-03-07
Grieksche en Romeinsche Oudheid

Woordenboek der Grieksche en Romeinsche Oudheid

Villa

Villa - Uit den aard der zaak waren er groote en kleine buitenverblijven. Over het algemeen waren zij minder gebouwd met het oog op regelmaat, dan wel op gemak en zooveel mogelijk er op ingericht om in verschillende jaargetijden aan verschillende zijden bewoond te worden. Men onderscheidde de villa urbana of het heerenhuis en de villa rustica of bo...

Lees verder
1898
2021-03-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VILLA

VILLA - v. (-’s), lusthuis, landelijk gelegen heerenhuis. VILLATJE, o. (-s).

1870
2021-03-07
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Villa

Villa was reeds bij de Romeinen de naam van een landhuis of buitenverblijf. Was het met stedelijken zwier opgetrokken en voor zomer- en winterverblijf ingerigt, dan noemde men het eene villa urbana, en anders eene villa rustica, gewoonlijk door ooft- en wijngaarden, groentetuinen enz. omgeven. In een aangrenzend gebouw woonde de bestuurder of rentm...

Lees verder
1864
2021-03-07
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

villa

villa - v. (villaas), lust-, buitenplaats; lusthof