Wat is de betekenis van verminderen?

2024-07-19
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-07-19
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

verminderen

verminderen - Werkwoord 1. ergatief afnemen in aantal, kleiner worden 2. (ov) doen afnemen in aantal, kleiner maken De levensmiddelenindustrie doet nog onvoldoende om suiker, vet en zout in voedingsmiddelen te verminderen Woordherkomst afgeleid van minderen met het voorvoegsel ve...

2024-07-19
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

verminderen

verminderen - regelmatig werkwoord uitspraak: ver-min-de-ren 1. minder worden of maken ♢ de pijn is de laatste dagen verminderd Regelmatig werkwoord: ver-min-de-ren ik verminder jij/u ve...

2024-07-19
Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

verminderen

M. betr. t. de werktijd: verkorten (Sociaalrechtelijk Wdb. 1958, 196).

2024-07-19
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Verminderen

v., (for)minderje; (minder worden), bilytsje, bilekje, bitarre, (bi)lûnje, licht(sj)e; de pijn vermindert, de pine sakket (ôf), saksearret, lichtet; in waarde —, fan jin ôfgean; in hoeveelheid —, bisilje.

2024-07-19
Woordenboek Nederlands-Turks

Mehmet Kiriş (2024)

2024-07-19
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Verminderen

(verminderde, heeft en is verminderd), 1. minder, kleiner maken : zijn uitgaven verminderen; de belasting verminderen; het aantal dienstboden, werklieden, werkuren verminderen ; — de vrijheid vermindemen minder vrijheid toestaan ; — de munt verminderen, haar gehalte slechter maken; 2. afnemen, minder worden: de be...

2024-07-19
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

verminderen

verminderde, h. (1), i. (2) verminderd (1 minder maken; 2 minder worden, afnemen, kleiner worden): 1. iems. traktement verminderen; zijn vaart verminderen; 2. zijn inkomen vermindert; zijn vaart verminderde.

Wil je toegang tot alle 14 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-07-19
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

verminderen

(verminderde, verminderd) I. (heeft) minder, kleiner maken. II. (is) 1. minder worden: hun handelsgeest vermindert. Syn. ➝ afnemen. 2. zwakker worden: de zieke vermindert.