Wat is de betekenis van verbond?

2019
2023-02-07
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

verbond

verbond - Zelfstandignaamwoord 1. een verdrag tussen staat|staten, zakenpartners of individuen, omwille van een gemeenschappelijk voordeel verbond - Werkwoord 1. enkelvoud verleden tijd van verbinden ♢Ik verbond ♢Jij verbond ...

Lees verder
2018
2023-02-07
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

verbond

verbond - zelfstandig naamwoord uitspraak: ver-bond 1. officiële overeenkomst tussen twee of meer landen ♢ die twee landen hebben een verbond gesloten 2. groep mensen die samen voor één doel werken ...

Lees verder
1973
2023-02-07
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Verbond

o. (-en), 1. onderlinge vereniging van een aantal personen of staten tot een bepaald doel: een – sluiten; 2. overeenkomst; m.n. (theologie) het verbond van de genade, de door Christus herstelde verhouding tussen God en mens: het Oude en het Nieuwe Verbond; 3. (vegetatiekunde) andere naam voor alliantie. Verbond is in het OT een door een cult...

Lees verder
1971
2023-02-07
Watersport A-Z

Watersport A-Z, Kramer (1971)

Verbond

Verbond - → Koninklijk Nederlands Watersport Verbond.

1963
2023-02-07
Surinaams woordenboek

J. van Donselaar

verbond

(het, -en), (ook, hist.:) niet wettige, maar wel door een zendeling ingewijde manvrouw-verbintenis. Om een verbond te sluiten dienden man en vrouw voor de zendeling te verschijnen, waarbij zij beloofden voortaan als christenen trouw met elkaar te leven (Buschkens 249). - Opm.: Het sluiten van een v. was mogelijk voor slaven vanaf ca. 1850 tot de op...

Lees verder
1955
2023-02-07
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

VERBOND

is een bij uitstek bijbels woord. Het duidt niet slechts de act aan waarbij men met een ander een overeenkomst aangaat, maar ook de overeenkomst zelf en de voorwaarden waartoe men zich gebonden heeft; vandaar uitdrukkingen als „de woorden van het verbond onderhouden" (Deut. 29 : 8), de „tafelen van het verbond” (de stenen waa...

Lees verder
1954
2023-02-07
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Verbond

(plantensociologie) is de term voor een der hogere vegetatie-eenheden in het systeem der Frans-Zwitserse school, en wel een groep van verwante associaties; b.v. het v. der graanakkergezelschappen op zandgrond (Scleranthion annui); het v. der hooilanden op drassige gronden (Bromion racemosi); het v. der bemeste weiden (Cynosurion cristati). Een v. g...

Lees verder
1952
2023-02-07
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Verbond

s.n., (for)boun (it).

1950
2023-02-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Verbond

o. (-en), 1. onderlinge vereniging v. e. aantal personen tot een bep. doel, thans vrijwel alleen van staatslichamen, alliantie: een verbond sluiten, aangaan ; een offensief en defensief verbond, van aanval en verdediging : het Drievoudig Verbond (1668): — (meton.) de gezamenlijke leden van een verbond ; — (Ned. gesch.) ...

Lees verder
1949
2023-02-07
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Verbond

Bijbels begrip, waaronder de betrekking tussen God en mens(en) wordt voorgesteld. Het initiatief gaat van God uit: Hij belooft en stelt zijn eisen. De volle nadruk ligt op Gods onwankelbare trouw, tegenover alle ontrouw van de zijde der mensen : van een V. in de zin van een contract is hier geen sprake.De Bijbel spreekt van Gods V. met Noach (Gen....

Lees verder
1937
2023-02-07
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

verbond

o. verbonden (verdrag, vereniging, overeenkomst; de leden v. e. verbond): de Arke des verbonds: het Oude en Nieuwe verbond; zie t e s t a m e n t; het verbond der Edelen (1565).

1930
2023-02-07
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

verbond

(vər'bont) o. (–en; –je) [< verbinden II 1 d] I. Eig. 1. Algm. overeenkomst waarbij partijen zich onderling verplichten : een – aangaan, sluiten; een – verbreken; een aanvallend of offensief –; een verdedigend of defensief –. 2. V e r b o n d Inz. [door God met zijn uitverkoren volk aangegaan verbond] Te...

Lees verder
1916
2023-02-07
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Verbond

Verbond - in het N. T. kwam vroeger veel ter sprake en in de theologie is dit zeer te bemerken. In den laatsten tijd is men echter op grond van de papyri er meer en meer toe gekomen, het in plaats van door v. weer te geven door Testament. Er blijkt toch vrijwel overal niet bedoeld te zijn iets kontraktueels tusschen 2 partijen, i.c. God en de mensc...

Lees verder
1898
2023-02-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VERBOND

VERBOND - o. (-en) vereeniging, verdrag, overeenkomst : een verbond sluiten, aangaan; een offensief en defensief verbond, van aanval en verdediging; lid van een geheim verbond; — al de leden van een verbond; — (Ned. gesch.) het verbond der edelen, een verbond, in 1565 aanvankelijk eerst door edelen gesloten om op alle wijzen het invoer...

Lees verder
1898
2023-02-07
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Verbond

zie Verdrag.

1869
2023-02-07
Geographisch

Geographisch-woordenboek

Verbond

(’t Oude en ’t Nieuwe), zooveel als ’t Oude en T Nieuwe Testament. (Drievoudig en Viervoudig), zie ALLIANTIE. (Heilig), het verbond dat 26 Sept. 1815, na de tweede abdicatie van Napoleon, te Parijs werd gesloten tusschen Rusland, Oostenrijk en Pruisen, en dat vervolgens de toetreding ontving van de meeste mogendheden van Europa;...

Lees verder
1864
2023-02-07
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Verbond

Verbond, o. (-en), vereeniging; verdrag; overeenkomst; een - sluiten, aangaan; (ned. gesch.) het - der edelen (1566), het compromis. *-, al de leden van een verbond. *-BREKER, m., *-BREEKSTER, v. (-s), die een verbond breekt of schendt. *-BREKING, v. gmv. schending van een verbond. *-EN, bn. en dw. vereenigd; gehouden, verpligt; een diep - (diep...

Lees verder