Wat is de betekenis van verbond?

2019
2021-01-17
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

verbond

verbond - Zelfstandignaamwoord 1. een verdrag tussen staat|staten, zakenpartners of individuen, omwille van een gemeenschappelijk voordeel verbond - Werkwoord 1. enkelvoud verleden tijd van verbinden ♢Ik verbond ♢Jij verbond ...

Lees verder
2018
2021-01-17
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

verbond

verbond - zelfstandig naamwoord uitspraak: ver-bond 1. officiële overeenkomst tussen twee of meer landen ♢ die twee landen hebben een verbond gesloten 2. groep mensen die samen voor één doel werken ...

Lees verder
1973
2021-01-17
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

verbond

o. (-en), 1. onderlinge vereniging van een aantal personen of staten tot een bepaald doel: een – sluiten; 2. overeenkomst; m.n. (theologie) het – van de genade, de door Christus herstelde verhouding tussen God en mens (e): het Oude en het Nieuwe Verbond; 3. (vegetatiekunde) andere naam voor →alliantie. (e) Verbond is in het OT een...

Lees verder
1971
2021-01-17
Watersport A-Z

Watersport A-Z, Kramer (1971)

Verbond

Verbond - → Koninklijk Nederlands Watersport Verbond.

1955
2021-01-17
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

VERBOND

is een bij uitstek bijbels woord. Het duidt niet slechts de act aan waarbij men met een ander een overeenkomst aangaat, maar ook de overeenkomst zelf en de voorwaarden waartoe men zich gebonden heeft; vandaar uitdrukkingen als „de woorden van het verbond onderhouden" (Deut. 29 : 8), de „tafelen van het verbond” (de stenen waa...

Lees verder
1950
2021-01-17
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Verbond

o. (-en), 1. onderlinge vereniging v. e. aantal personen tot een bep. doel, thans vrijwel alleen van staatslichamen, alliantie: een verbond sluiten, aangaan ; een offensief en defensief verbond, van aanval en verdediging : het Drievoudig Verbond (1668): — (meton.) de gezamenlijke leden van een verbond ; — (Ned. gesch.) ...

Lees verder
1949
2021-01-17
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Verbond

Bijbels begrip, waaronder de betrekking tussen God en mens(en) wordt voorgesteld. Het initiatief gaat van God uit: Hij belooft en stelt zijn eisen. De volle nadruk ligt op Gods onwankelbare trouw, tegenover alle ontrouw van de zijde der mensen : van een V. in de zin van een contract is hier geen sprake.De Bijbel spreekt van Gods V. met Noach (Gen....

Lees verder
1916
2021-01-17
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Verbond

Verbond - in het N. T. kwam vroeger veel ter sprake en in de theologie is dit zeer te bemerken. In den laatsten tijd is men echter op grond van de papyri er meer en meer toe gekomen, het in plaats van door v. weer te geven door Testament. Er blijkt toch vrijwel overal niet bedoeld te zijn iets kontraktueels tusschen 2 partijen, i.c. God en de mensc...

Lees verder
1898
2021-01-17
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VERBOND

VERBOND - o. (-en) vereeniging, verdrag, overeenkomst : een verbond sluiten, aangaan; een offensief en defensief verbond, van aanval en verdediging; lid van een geheim verbond; — al de leden van een verbond; — (Ned. gesch.) het verbond der edelen, een verbond, in 1565 aanvankelijk eerst door edelen gesloten om op alle wijzen het invoer...

Lees verder
1898
2021-01-17
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Verbond

zie Verdrag.