Verband
o. (-en), 1. het verbonden-zijn, samenhang, ineenvoeging: het verband van die deur is niet stevig ; iets uitzijn verband rekken, trekken, rakken, scheuren (vgl. voor de fig. bet. beneden); — ook de verbonden delen : het verband van een schip, alle spanten ; — samenhang door plaatsing : delen, bomen in 't verband pl...