Wat is de betekenis van uitdossen?

2019
2022-01-22
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

uitdossen

uitdossen - Werkwoord 1. (refl) zich ~ zich op opvallende wijze kleden Zij dosten zich met carnaval uit met veel veren en glitter. Woordherkomst samenstelling van uit(bijwoord) en dossen(werkwoord)

Lees verder
2018
2022-01-22
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

uitdossen

uitdossen - regelmatig werkwoord uitspraak: uit-dos-sen 1. je feestelijk en opvallend kleden ♢ zij heeft zich prachtig uitgedost voor het feest Regelmatig werkwoord: uit-dos-sen ik dos uit (... ik uitdos)...

Lees verder
1973
2022-01-22
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

uitdossen

(doste uit, heeft uitgedost), een fraaie of feestelijke kleding aandoen: hij was wonderlijk uitgedost.

1952
2022-01-22
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Uitdossen

v., opdosse, -pronkje, -klaeije.

1950
2022-01-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Uitdossen

(doste uit, heeft uitgedost), geheel van een dos voorzien, in bep. dracht kleden, bep. een fraaie of feestelijke kleding aandoen: zij waren op hun Paasbest uitgedost; hij was wonderlijk uitgedost.

1937
2022-01-22
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

uitdossen

doste uit, h. uitgedost (opsmukken).

1898
2022-01-22
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

UITDOSSEN

UITDOSSEN - (doste uit, heeft uitgedost), opsmukken, fraai opschikken : eene bruid uitdossen. UITDOSSING, v. (-en).