Synoniemen van Timer

2020-04-06

Timer

Schakelklok in de videorecorder waarmee tv-programma's automatisch op vooraf ingesteide tijdstippen kunnen worden opgenomen.

2020-04-06

timer

timer - zelfstandig naamwoord uitspraak: tai-mer 1. schakelaar die je op een bepaalde tijd kunt instellen ♢ een timer schakelt om acht uur het koffieapparaat in Zelfstandig naamwoord: tai-mer de timer de timers het timertje Synoniemen tijdschakelaar

2020-04-06

timer

timer - Zelfstandignaamwoord 1. klok (in computers en andere electronische apparatuur) In iedere computer zit een timer die bepaalt hoe snel de berekeningen worden uitgevoerd. 2. wekker Voor je gaat bakken moet je de timer van de over op 60 minuten zetten.