Wat is de betekenis van Taan?

2026-07-14
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Taan

(<Fr.), v., ontsmettende, bederfwerende bruingele verfstof, een aftreksel van eikenschors, waarmee visnetten en zeilen worden behandeld: zij ziet zo geel als taan, heeft een lelijke gele kleur, ziet er niet fris uit.