Wat is de betekenis van summum?

2020
2022-11-30
Onze Taal

Genootschap Onze Taal | Woordpost

summum

hoogtepunt, toppunt uitspraak [sum-mum] citaat “Terwijl ik op mijn fiets stapte, dacht ik aan het fameuze lied ‘Ik ben toch zeker Sinterklaas niet’. Dertig jaar oud is het inmiddels, en de zingende kinderen in kwestie bedelden om goeiige hartewensen als een ‘toverdoos’, een ‘dagboek met een slot’ of een...

Lees verder
2019
2022-11-30
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

summum

summum - Zelfstandignaamwoord 1. hoogtepunt, toppunt Synoniemen hoogtepunt, toppunt Verwante begrippen apogeum

Lees verder
1994
2022-11-30
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Summum

[Lat. = het hoogste] toppunt (dat is het summum); summum bonum, het hoogste goed; summum jus, summa injuria, het hoogste recht is het hoogste onrecht; dat is al te strikte toepassing van het recht leidt tot grove onrechtvaardigheid.

1993
2022-11-30
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Summum

hoogtepunt

1973
2022-11-30
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

summum

[Lat.], o., hoogtepunt, toppunt: het van dwaasheid; abs.: dat is het -!

1955
2022-11-30
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Summum

toppunt; summum bonum: het hoogste goed

1950
2022-11-30
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Summum

(Lat.), o., hoogtepunt, toppunt: het summum van dwaasheid; dat is het summum.

1949
2022-11-30
Woordenboek Latijn

Geschreven door Dr. J.F.L. Montijn

Summum

adv. hoogstens, quattuor aut s. quinque, Cic.

1930
2022-11-30
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

summum

('summum) o. [Lat.] toppunt : het van domheid.

1906
2022-11-30
wink

Wink's vreemde woordenboek

Summum

o. Lat., uiterste, toppunt,