Wat is de betekenis van summum?

2024-02-28
Onze Taal Woordpost

Genootschap Onze Taal (2020)

summum

hoogtepunt, toppunt uitspraak [sum-mum] citaat “Terwijl ik op mijn fiets stapte, dacht ik aan het fameuze lied ‘Ik ben toch zeker Sinterklaas niet’. Dertig jaar oud is het inmiddels, en de zingende kinderen in kwestie bedelden om goeiige hartewensen als een ‘toverdoos’, een ‘dagboek met een slot’ of een...

2024-02-28
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

summum

summum - Zelfstandignaamwoord 1. hoogtepunt, toppunt Synoniemen hoogtepunt, toppunt Verwante begrippen apogeum

2024-02-28
Woordenboek vreemde woorden

A. Kolsteren en Ewoud Sanders (1994)

Summum

[Lat. = het hoogste] toppunt (dat is het summum); summum bonum, het hoogste goed; summum jus, summa injuria, het hoogste recht is het hoogste onrecht; dat is al te strikte toepassing van het recht leidt tot grove onrechtvaardigheid.

2024-02-28
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks (1993)

Summum

hoogtepunt

Wil je toegang tot alle 10 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-28
De vreemde woorden

Fokko Bos, Dr. O. Noordenbos (1955)

Summum

toppunt; summum bonum: het hoogste goed

2024-02-28
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Summum

(Lat.), o., hoogtepunt, toppunt: het summum van dwaasheid; dat is het summum.

2024-02-28
Woordenboek Nederlands -Latijn

Dr. J.F.L. Montijn (1949)

Summum

adv. hoogstens, quattuor aut s. quinque, Cic.

2024-02-28
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

summum

('summum) o. [Lat.] toppunt : het van domheid.

2024-02-28
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

summum

[Lat.], o., hoogtepunt, toppunt: het van dwaasheid; abs.: dat is het -!

2024-02-28
Wink's vreemde woordenboek

dr. Jan Romein (1906)

Summum

o. Lat., uiterste, toppunt,