Wat is de betekenis van stipt?

2019
2020-11-23
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

stipt

stipt - Bijvoeglijk naamwoord 1. precies op tijd komend Het is vreemd dat hij er niet is, want hij is altijd zo stipt. 2. nauwgezet. Stipte naleving hiervan is vereist. stipt - Bijwoord 1. met grote precisie ...

Lees verder
2018
2020-11-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

stipt

stipt - bijvoeglijk naamwoord 1. zonder afwijkingen naar boven of beneden ♢ zij is altijd stipt op tijd Bijvoeglijk naamwoord: stipt ... is stipter dan ... de/het stipte ... Synoniemen exact,...

Lees verder
1973
2020-11-23
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

stipt

bn. en bw. (-er, -st), 1. nauwgezet, precies; 2. nadrukkelijk,uitdrukkelijk.

Lees verder
1898
2020-11-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Stipt

Stipt - bn. bw. (-er, -st), STIPTELIJK, bw. nauwkeurig, nauwgezet, juist; op juiste wijze: hij is stipt in alles, het is een stipt mensch; stipt iets uitvoeren, een hevel nakomen. STIPTHEID, v. nauwkeurigheid, juistheid.

1898
2020-11-23
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Stipt

zie Nauwkeurig.