Wat is de betekenis van stipt?

2019
2021-05-08
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

stipt

stipt - Bijvoeglijk naamwoord 1. precies op tijd komend Het is vreemd dat hij er niet is, want hij is altijd zo stipt. 2. nauwgezet. Stipte naleving hiervan is vereist. stipt - Bijwoord 1. met grote precisie ...

Lees verder
2018
2021-05-08
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

stipt

stipt - bijvoeglijk naamwoord 1. zonder afwijkingen naar boven of beneden ♢ zij is altijd stipt op tijd Bijvoeglijk naamwoord: stipt ... is stipter dan ... de/het stipte ... Synoniemen exact,...

Lees verder
1973
2021-05-08
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

stipt

bn. en bw. (-er, -st), 1. nauwgezet, precies; 2. nadrukkelijk,uitdrukkelijk.

Lees verder
1952
2021-05-08
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Stipt

adj. & adv., krekt, pront, gestipt; — naar de letter der wet, wettich, wettysk.

1950
2021-05-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

STIPT

bn. bw. (-er, -st), 1. nauwgezet, precies: hij is stipt in alles; het is een stipt mens; — bw.: iets stipt uitvoeren; een bevel stipt nakomen; — zonder enige afwijking: stipt op tijd; 2. nadrukkelijk, uitdrukkelijk: een stipt bevel; hij stond er stipt op dat het vonnis zou worden uitg...

Lees verder
1898
2021-05-08
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Stipt

Stipt - bn. bw. (-er, -st), STIPTELIJK, bw. nauwkeurig, nauwgezet, juist; op juiste wijze: hij is stipt in alles, het is een stipt mensch; stipt iets uitvoeren, een hevel nakomen. STIPTHEID, v. nauwkeurigheid, juistheid.

1898
2021-05-08
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Stipt

zie Nauwkeurig.