Wat is de betekenis van schemerig?

2026-07-14
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Schemerig

bn. (-er, -st), 1. van den aard van schemering, tussen licht en donker: het wordt al schemerig; een schemerig licht; 2. van schemering vervuld: het schemerig prieel; 3. niet helder, vaag: schemerige begrip ven; zich iets schemerig herinneren.

Gerelateerde zoekopdrachten