Wat is de betekenis van roeping?

2018
2022-08-08
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

roeping

roeping - zelfstandig naamwoord uitspraak: roe-ping 1. gevoel dat je bestemd bent voor een bepaald taak ♢ priester worden is zijn roeping Zelfstandig naamwoord: roe-ping de roeping de ro...

Lees verder
1973
2022-08-08
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Roeping

v. (-en), 1. het roepen van de mens tot zijn bestemming, vooral met betrekking tot zijn bekering, zaligheid of volmaking; 2. het zich innerlijk geroepen voelen, innerlijke sterke aandrang tot een bepaalde taak: voor het onderwijs moet men roeping hebben (gevoelen).

Lees verder
1965
2022-08-08
Lexicon van de Psychologie

N.Sillamy

ROEPING

onbedwingbare aantrekking voor een beroep of artistieke activiteit. Roeping is het gevolg van diepe, → affectieve, vaak → onbewuste oorzaken die iemand er toe brengen een bepaalde activiteit te kiezen.

1955
2022-08-08
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

ROEPING

is een term met een dubbele betekenis. In actieve zin geeft zij de daad aan van degene, die roept, waarbij deze een ander tot een bepaalde functie uitkiest. In passieve zin duidt zij een heel complex van hebbelijkheden aan waardoor iemand in staat is een bepaalde roeping in actieve zin te ontvangen. Het Christendom leert, dat God voor iedere mens...

Lees verder
1952
2022-08-08
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Roeping

s., ropping.

1950
2022-08-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Roeping

v. (-en), 1. het roepen van de mens tot zijn bestemming, vooral met betr. tot zijn bekering, zaligheid of volmaking; 2. het bestemd zijn tot de vervulling van een bep. levenstaak of van een bep. ambt: de roeping van de vrouw; aan zijn roeping beantwoorden, voldoen: — een schone, edele roeping; 3. het zich innerlijk gero...

Lees verder
1937
2022-08-08
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

roeping

v. -en; Gods voornemen met den mens; het geroepen of bestemd zijn tot een bepaalde levenstaak, ambt enz.; datgene, waartoe men zich geroepen of bestemd voelt; bestemming; innerlijke aandrift, neiging: de Koningin, beseffende haar verheven roeping; zijn roeping volgen, aan zijn roeping beantwoorden, zijn roeping vervullen; zijn roeping gemist; zich...

Lees verder
1933
2022-08-08
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Roeping

is de uitnoodiging van God om den priesterlijken of kloosterlijken staat te omhelzen, of in ruimeren zin, zich aan een verheven levenstaak te wijden. Deze uitnoodiging behoeft niet te worden opgevat als een bijz. inspraak van den H. Geest of een gevoelige aandrang van den geroepene. Naar aanleiding van een strijdvraag over het wezen der priesterroe...

Lees verder
1898
2022-08-08
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Roeping

Roeping - v. (-en), het roepen ; datgene waartoe iem. zich door neiging en aanleg geroepen gevoelt: zijne roeping volgen; — aan zijne roeping beantwoorden, met zeer veel lust door hem verricht worden ; (ook) die loopbaan kiezen, waartoe men den moesten lust heeft; (ook) een juist gebruik van iets maken ; — geene roeping tot iets gevoel...

Lees verder
1898
2022-08-08
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Roeping

zie Beroep.