Wat is de betekenis van rijbroek?

2024-05-27
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-05-27
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

rijbroek

broek voor ruiters. nauw om de knieën en onderbenen sluitende broek die door ruiters wordt gedragen. Voorbeelden: Er kwam een groep ruiters aan - zwarte rijlaarzen, zwarte rijbroeken, zwarte tunieken en bruine hemden daaronder, zwarte stropdassen, riemen en petten met een stormband en een zilveren doodskop boven op de klep. ...

2024-05-27
Familienamen

Leendert Brouwer (2017)

Rijbroek

De familienaam Rijbroek is ontleend aan een toponiem Rie(t)broek of Rij(t)broek, een moerassig stuk land met riet. Een familie die nu in Haarlem en omgeving woonachtig is, kan mogelijk in verband gebracht worden met de polder Rietbroek in Monnickendam; er is daar tegenwoordig een vakantiewoning met de naam De Rietbroek gelegen.

2024-05-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Rijbroek

v. (-en), nauwsluitende broek (met leren zitvlak), oorspr. van paardrijders.

2024-05-27
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

rijbroek

v. -en; enge broek der paardrijders, gedeeltelijk van leer.

2024-05-27
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

rijbroek

v. (-en) 1. enge, uitpoffende leren of halfleren broek als deel van een → rijkostuum. 2. Uitbr. dergelijke broek door jongelui gedragen.

2024-05-27
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Rijbroek

v./m. (-en), nauw om de benen sluitende broek met lederen zitvlak, zoals door ruiters wordt gedragen.

2024-05-27
Prisma Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)