Wat is de betekenis van produceren?

2018
2023-02-07
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

produceren

produceren - regelmatig werkwoord uitspraak: pro-du-ce-ren 1. voorwaarden scheppen om het te maken ♢ wie produceert deze film? 2. in elkaar zetten, laten ontstaan ♢ in deze fabriek produceren ze...

Lees verder
1993
2023-02-07
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Produceren

voortbrengen

1990
2023-02-07
Kernpunten van de economie

Alle begrippen uit de economie

Produceren

Het combineren van de produktiefactoren natuur, kapitaal en arbeid om goederen of diensten voort te brengen met een hogere waarde dan die van de opgeofferde produktiefactoren.

1973
2023-02-07
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

produceren

[Lat.[ (produceerde, heeft geproduceerd), 1. overleggen, tonen, voor de dag komen met; stukken produceren; 2. voortbrengen, maken m.n. in een bedrijf vervaardigen: deze fabriek produceert 24000 flessen per dag; ook van geestelijke zaken: de laatste jaren heeft hij weinig meer geproduceerd.

Lees verder
1955
2023-02-07
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Produceren

voortbrengen; opbrengen; voor de dag brengen

1952
2023-02-07
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Produceren

v., produsearje.

1950
2023-02-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Produceren

(produceerde, heeft geproduceerd), (<Lat.), 1. (recht.) overleggen, tonen, voor den dag komen met: stukken produceren; 2. voortbrengen, maken: deze fabriek produceert 24000 flessen daags; — ook van geestelijke zaken: de laatste jaren heeft hij weinig meer geproduceerd.

Lees verder
1948
2023-02-07
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

produceren

te voorschijn brengen, bijbrengen (bv. bewijzen, getuigen); op-, voortbrengen, verbouwen (bv. vruchten); opleveren; vervaardigen, maken.

1937
2023-02-07
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

produceren

geproduceerd (Lat. producere: te voorschijn of voor den dag brengen; voortbrengen, vervaardigen, kweken, telen).

1937
2023-02-07
Pegasus

S. van Praag (1937)

produceren

voortbrengen, opleveren.

1930
2023-02-07
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

produceren

('se:rən) (produceerde, heeft geproduceerd) [Lat. producere] voortbrengen, maken. Tgst. konsumeren.