produceren - regelmatig werkwoord
uitspraak: pro-du-ce-ren
1. voorwaarden scheppen om het te maken
♢ wie produceert deze film?
2. in elkaar zetten, laten ontstaan
♢ in deze fabriek produceren ze cacaoboter
Regelmatig werkwoord: pro-du-ce-ren
ik produceer
jij/u produceert
hij/zij produceert
wij/zij/jullie produceren
ik/jij/u/hij/zij produceerde
wij/zij/jullie produceerden
hij heeft geproduceerd
de/het/een geproduceerde ....
producerend, producerende
Synoniemen
fabriceren, maken, vervaardigen, voortbrengen
Tegenstellingen
tenietdoen, vernielen, vernietigen, verwoesten
Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.
Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.