Wat is de betekenis van Ponem?

2014
2021-09-21
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans

ponem

(Jidd. < Hebr. ponim, voorkant, aangezicht), gezicht: Nou ’n kalletje is ’n kalletje, ze binne allemaal één tot mem, of dat ponumpie nou ’n beetje mooier of ’n beetje leelijker is ... Dat neemt nie weg, dat die vier daar toch nie om weg te gooie zijn. Gennette meissies hoor, JUL. DE VRIES 24. pontje, in: je...

Lees verder
1998
2021-09-21
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Ponem

zie ponum/ponem/porum.

1993
2021-09-21
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Ponem

(ponum) gezicht (Barg.); neus (Barg.)

1973
2021-09-21
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

ponem

[→Hebr.], o., (gemeenz.) 1. gezicht, porum: wat een —!; 2. neus.

1955
2021-09-21
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Ponem

(Barg.) gezicht; neus

1950
2021-09-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Ponem

(<Hebr.), o., (Barg., volkst.) 1. gezicht; 2. neus.

Lees verder
1948
2021-09-21
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

ponem

(Hebr.) v. gezicht.

1919
2021-09-21
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Ponem

gezicht, iemand een slag in zijn ponem geven, pestponem = pestkop. Van hebr. ponim = gezicht.