Wat is de betekenis van Peddelen?

2018
2021-01-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

peddelen

peddelen - regelmatig werkwoord uitspraak: ped-de-len 1. rijden op een fiets ♢ we peddelden heel gezellig naar Vinkeveen 2. een kleine boot voortbewegen met een peddel ♢ de man peddelde met zijn...

Lees verder
2017
2021-01-27
Wielrenners

Jargon & Slang van Wielrenners

Peddelen

Peddelen - in een rustig tempo fietsen. Van Eng. to pedal.

2010
2021-01-27
Wielerwoordenboek

Geschreven door Fons Leroy en Wim van Rooy

peddelen

peddelen: rustig rijden, langzaam rijden. Met een renner die 'meepeddelt' bedoelt men een coureur die zich meestal achteraan in het peloton bevindt en meedrijft door zich met een kleine versnelling en een hoge pedaaltred door de slipstream te laten meezuigen.

2009
2021-01-27
Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

peddelen

In een rustig tempo fietsen. Frans: pédaler. Het pijnlijke was dat de televisiekijkers in Vlaanderen na het Belgisch kampioenschap naar de NOS zapten en daar Boogerd en Breukink hand in hand over de finish zagen peddelen. (Trouw, 12/07/1997)

Lees verder
2009
2021-01-27
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

peddelen

(peddelde; h. en is gepeddeld) 1 (onov ww) - (in een rustig tempo) fietsen: we zijn naar Amsterdam gepeddeld. 2 (ov ww) - fietsend afleggen Herkomsts: van Eng. to pedal (peddelen, fietsen, trappen)

Lees verder
1993
2021-01-27
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Peddelen

roeien; fietsen

1950
2021-01-27
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Peddelen

(peddelde, heeft en is gepeddeld), (<Eng.), fietsen: we zijn naar Wassenaar gepeddeld.

1898
2021-01-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Peddelen

Peddelen - (peddelde, heeft gepeddeld), (sport) pagaaien; fietsen.