2020-04-07

oriënteren

Oriënteren is het bepalen van een (veranderende) positie in een ruimte, bijvoorbeeld je eigen positie ten opzichte van een ander (ik sta links van mijn buurman). Om plaats en beweging te kunnen omschrijven, moeten kinderen het juiste begrippenkader aanleren. Oriënteren is onderdeel van het domein ‘Meten en meetkunde’. In Wizwijs jaargroep 1 en 2 verkennen de leerlingen de ruimte op een concrete manier met begrippen als langs, eromheen, naar voren, naar achteren, terug, vooruit, achteruit, rechtd...

2020-04-07

oriënteren

oriënteren - regelmatig werkwoord uitspraak: o-ri-en-te-ren 1. bepalen op welke plaats je bent ♢ in deze wijk kun je je moeilijk oriënteren 2. zoveel mogelijk informatie verzamelen ♢ ik wil me eerst goed oriënteren voordat ik een besluit neem Regelmatig werkwoord: o-ri-en-te-ren ik oriënteer...

2020-04-07

oriënteren

oriënteren is het naar het oosten (oriënt) richten van de apsis-zijde of altaarzijde van de kerk, zodat de priester tijdens de eredienst met het gezicht naar het Heilige Land (het tegenwoordige Israel) gericht is.

2020-04-07

Oriënteren

betekent letterlijk het Oosten zoeken, m.a.w. zoeken, waar men is. Dat doe je wel eens, nietwaar, als er op een lange wandeling door het bos plotseling iemand met de vraag voor den dag komt: Maar, waar zijn wij nu? Eerst zit men er mee. De zon is weg, anders zou je al dadelijk weten, waar nu (om 12 uur ’s middags, gewone tijd) het Zuiden is. Maar nu zonder zon! Gelukkig heeft een van jullie een compas. „Daar is dus het Noorden!” „Daar is een torentje. Dat is dus A-dorp. E...

2020-04-07

oriënteren

1 R.K. bouwen met het koor naar het Oos ten (kerk); zich ~, de plaats bepalen waar men is, zich op de hoogte stellen.

2020-04-07

oriënteren

(orién'te:rən) (oriënteerde, heeft georiënteerd) I. 1. in overeenstemming met het oosten en de andere streken van het kompas plaatsen, richten : gewoonlijk oriënteert men een kaart zo dat het noorden boven is. 2. Kat. bouwen met het koor naar het oosten gericht: die kerk is niet goed georiënteerd. II. zich -. 1. nauwgezet nagaan waar men zich bevindt: voor ik mijn weg vervolg, moet ik mij eerst -. 2. zich van de toestand op de hoogte brengen: voor ik iets begi...