Wat is de betekenis van Opgezwollen?

2018
2022-05-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

opgezwollen

opgezwollen - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: op-ge-zwol-len 1. erg breed of met een grote omvang ♢ zijn enkel is helemaal opgezwollen 2. sterk overdreven ♢ je herkent hem aan zijn opgezwollen...

Lees verder
1990
2022-05-16
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

opgezwollen

opgezwollen - Het toenemen in omvang of grootte, bijvoorbeeld door opblazen of door opeenhopingen van vloeistof.

1952
2022-05-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Opgezwollen

adj., tsjok, forbolgen.

1950
2022-05-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Opgezwollen

bn., 1. door zwelling dik geworden: een opgezwollen vinger; 2. (-er, -st), (fig., veroud.) hoogdravend (van stijl).

Lees verder
1937
2022-05-16
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

opgezwollen

bn. (door zwelling dik geworden): een opgezwollen voet.

1898
2022-05-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Opgezwollen

Opgezwollen bn. dik geworden : een opgezwollen vinger; (fig.) (-er. -st), hoogdravend (van stijl). OPGEZWOLLENHEID, v.