Wat is de betekenis van opbrengst?

2018
2021-01-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

opbrengst

opbrengst - zelfstandig naamwoord uitspraak: op-brengst 1. wat het oplevert ♢ de opbrengst van de collecte is groot 2. wat het oplevert in verhouding tot wat het kost ♢ de opbrengst van deze len...

Lees verder
2003
2021-01-23
Financieel Woordenboek

Door Frits Conijn & R.M. van Poll (2003)

opbrengst

opbrengst - Ander woord voor baten of inkomsten van een bedrijf of andere organisatie; de goederen moeten zijn verkocht of de diensten zijn verleend en in rekening zijn gebracht.

1973
2021-01-23
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

opbrengst

v. (-en), 1. het opbrengen; 2. het voortgebrachte, geleverde: de van een boomgaard; 3. het bedrag dat iets oplevert bij verkoop; wat men verdient met iets: hij moet leven van de van zijn pen.

1950
2021-01-23
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Opbrengst

v. (-en), 1. het opbrengen; 2. wat men moet opbrengen, leveren; 3. het voortgebrachte, geleverde: de opbrengst der tarwe valt niet mee; 4. wat uit zekeren hoofde ontvangen of geïnd is: de zuivere opbrengst, de gehele opbrengst bedroeg f 1000; — wat men verdient met iets: hij moet leven van de opbrengst van zijn pen...

Lees verder
1940
2021-01-23
Economische encyclopedie 1940

Economische encyclopedie (1940), samengesteld door D.C. van der Poel. Gepubliceerd door Uitgeversmaatschappij W. de Haan N.V. Utrecht.

Opbrengst

(wet van de afnemende en toenemende) zie: Optimum.

1910
2021-01-23
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Opbrengst

Opbrengst - het bedrag dat iets bij verkoop opbrengt, de som waarvoor het wordt verkocht.

1898
2021-01-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Opbrengst

Opbrengst v. (-en), het voortgebrachte, geleverde: de opbrengst der tarwe valt niet mee; — wat ontvangen of geïnd is: de zuivere opbrengst, de geheele opbrengst bedroeg ƒ1000.

Lees verder