Wat is de betekenis van ontsteld?

2019
2022-08-18
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

ontsteld

ontsteld - Werkwoord 1. voltooid deelwoord van ontstellen ontsteld - Bijvoeglijk naamwoord 1. tijdelijk niet in staat om iets te doen vanwege een emotionele of lichamelijke klap Bert was ontsteld door het plotselinge verlies van zijn broer. Synoniemen aangeslagen

Lees verder
2018
2022-08-18
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

ontsteld

ontsteld - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ont-steld 1. erg geschrokken en geschokt ♢ ik ben ontsteld over zijn gemene brief Bijvoeglijk naamwoord: ont-steld de/het ontstelde ... Synoniemen ontdaan, o...

Lees verder
1973
2022-08-18
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

ontsteld

bn. en bw., van zijn stuk gebracht, verschrikt, ontroerd, van streek: zij was verrast en ontsteld tegelijk.

1952
2022-08-18
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Ontsteld

adj. & adv., ûntsteld, ûntdien, bisaud, ûntset, forbûke, fan 'e wize, fan 'e set, fan ’t stik, forbaldere, foralterearre, forbouwerearre, forheistere, forheard, út ’e rifels, út 'e rizels, út ’e fâlden, fan 't sintrum, út it sint...

Lees verder
1950
2022-08-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Ontsteld

bn. bw., verschrikt, ontroerd, van streek: zij was verrast, en ontsteld tegelijk; hij stond ontsteld te kijken.

1937
2022-08-18
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

ontsteld

bn. (van streek, ontroerd, verschrokken, ontzet): de menigte stond ontsteld te kijken.

1898
2022-08-18
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Ontsteld

bn. bw. verschrikt, ontroerd, van streek.